Leeswijzer

Het eerste onderdeel van het portfolio is de zelfreflectie, waarin ik mijn journalistieke profiel en mijn weg hiernaartoe beschrijf. Het tweede onderdeel van het portfolio is mijn reflectieonderzoek dat over haatdragende reacties via sociale media gaat, een digitaal probleem waar de meningen over verschillen op het gebied van verantwoordelijkheid: ligt die bij de sociale media, of juist bij de (nieuws)media die de reacties ontvangen? In het derde onderdeel, mijn verantwoording voor ditzelfde onderzoek, blik ik terug op mijn handelen en toon ik de competentie Reflecteren aan.

Het vierde onderdeel van het portfolio is mijn afstudeerproductie ‘Praat er maar eens over’, een journalistieke column die ik heb geschreven voor Ik Ben Open. Hierna volgt mijn verantwoording voor deze productie, in deze verantwoording toon ik tevens de competenties Produceren en Vernieuwen aan. Na deze verantwoording volgt mijn afstudeerproductie over de lange wachttijden in de ggz en wat we hieraan kunnen doen. Vanzelfsprekend is het zevende onderdeel van het portfolio de bijbehorende verantwoording, waarin ik de competenties Publieksgerichtheid, Researchen, Produceren en Vernieuwen aantoon.

Dan volgt het negende onderdeel van het portfolio: mijn afstudeerproductie over de reumatische aandoening fibromyalgie. Onderdeel tien is, je raadt het al, de bijbehorende verantwoording, waarin ik de competenties Publieksgerichtheid, Researchen en Produceren aantoon. Last but not least volgt de bronnenlijst.

Zelfreflectie

De zuiverste vorm van waanzin is alles bij het oude laten en tegelijkertijd hopen dat er iets verandert.

Albert Einstein

Zie hier, mijn afstudeerportfolio. Ik heb expres een citaat van Einstein uitgelicht, omdat dit één van de meest diepzinnige zinnen is die ik ooit heb gezien. Tegelijkertijd past hij heel goed bij me, zo heb ik mijn leven te lang geleefd. Ergens is dat ook logisch, want hopen we niet allemaal weleens dat het binnenkort beter gaat, of dat een bepaalde situatie zichzelf inééns heeft opgelost?

Je zal nu denken: heeft ze het nou over haar werkhouding tijdens de studie? Nee, absoluut niet, als iemand hard heeft gewerkt en bergen heeft verzet terwijl de berg aan het afbrokkelen was, dan ben ik het wel. Maar je hebt je werkhouding en je persoonlijkheid, en mijn persoonlijkheid bestaat uit scenario denken, het leven zwart-wit zien en vooral heel veel bezig zijn om bepaalde situaties compleet te negeren. Op mijn negentiende, vlak voordat ik begon op de FHJ, kreeg ik drie diagnoses: autisme, een angststoornis en een depressieve stoornis. Je kan je voorstellen dat je dat niet in een paar maanden verwerkt, zeker niet als je een studie gaat doen waarbij sociaal en aanwezig zijn een pré is.

Heb ik dan wel de juiste keuze gemaakt? Achteraf gezien absoluut. Het kost me mateloos veel energie om sociaal te doen, maar ik kan het uiteraard wel. Door stelselmatig in het openbaar te zijn, heb ik zelfs een periode gehad dat het me echt goed afging. Onder begeleiding van mijn geliefde Twingo of het openbaar vervoer (de benzineprijzen waren niet altijd even mals) scheurde ik het land door. De ene keer ging ik even naar Roermond met een studiegenoot vanwege een schietpartij, de andere keer reed ik naar Hengelo voor een interview over de eerste cementloze rotonde. Voorbereiden, mensen spreken, editen, schrijven, publiceren, samenwerken en tussendoor niet vergeten iets te eten of drinken: ik was kapot als de dag eenmaal voorbij was. Waar mijn studiegenoten de nacht doorbrachten in een café of discotheek, lag ik standaard om half tien op bed.

Alles went, dus. Maar dat neemt niet weg dat ik er altijd van baalde dat het voor mij zoveel moeite kostte, terwijl klasgenoten 3 interviews op 1 dag hadden en vervolgens lachend in geuren en kleuren konden vertellen wat ze verder allemaal nog hadden meegemaakt. Ik deed mijn werk en ik deed het goed, maar gezellig was ik niet. En dat liep af en toe uit op een akkefietje (als ik niet de tijd en ruimte nam om aan te geven dat ik even moest stoppen met alles).

Maar, ik heb de sociale opdrachten weten te overleven en mijn studiegenoten hebben mij weten te overleven, wat betekent dat ik praktisch gezien klaar ben met de opleiding. Tijd voor een afstudeerportfolio dus. Toen mijn afstudeerproductie ‘Praat er maar eens over’ nog een hoofdstuk van een boek was, heb ik de quote van Einstein gevonden. Die staat in het boek Angst en Paniekaanvallen Overwinnen. Dit boek heb ik uiteindelijk niet meer kunnen gebruiken voor mijn producties, maar ik vond de quote te waardevol om hem weg te halen.

Dat heeft alles te maken met mijn journalistieke profiel, human based journalistiek. Door de jaren heen heb ik steeds vaker artikelen voor mijn neus gehad waarin iets menselijks werd besproken zonder dat er ook maar één mens over gesproken werd. Ja, misschien iemand die een bepaalde motie had aangenomen of iemand die zich ergens voor had ingezet, maar het ging niet verder dan dat. En dat vond ik een gemiste kans, ik miste de emotie, de mens achter het verhaal. Daarom ging ik stagelopen bij Libelle, een medium dat zowel (kort) nieuws levert als prachtige verhalen.

Daar merkte ik al snel dat ik meer wilde dan het medium mij kon bieden. Meer bronnen voor een verhaal, meer invalshoeken bij een onderwerp. Bovendien wilde ik leren hoe ik een persoonlijk verhaal (in Libelle-taal een DIML, Dit Is Mijn Leven) het beste op papier kon krijgen. Ik heb er uiteindelijk eentje kunnen schrijven over een verpleegkundige die AstraZeneca wilde in de tijd dat AstraZeneca ongeveer de prullenbak in kon, maar daar leer je niet heel veel van. Die DIML moest er wel komen, besloot ik, want dit soort verhalen sloot beter bij mijn profiel aan dan harde nieuwsartikelen.

Dat was dan ook mijn doel: human based persoonlijke verhalen schrijven maar dan wel met een nieuwshaakje. Zie het als het verhaal achter het nieuws, maar dan niet per se met de bronnen die een andere journalist al heeft gesproken. Neem als voorbeeld het artikel van de NOS over het feit dat Hugo de Jonge meer onderzoek naar fibromyalgie wilde laten doen door het burgerinitiatief van Nathalie Kramer. Het gaat over een bijzondere aandoening die veel mensen treft, anders zou Nathalie niet in de Tweede Kamer staan, maar waar zijn die mensen? Wat ís fibromyalgie? Hoog tijd voor mij als journalist om hiermee aan de slag te gaan. In mijn verantwoording lees je hoe dit verliep.

Hoe vond ik het zelf gaan? Het was hectisch en ik heb het soms onnodig lastig voor mezelf gemaakt, maar ik sta honderd procent achter de keuzes die ik heb gemaakt. Mijn artikelen sluiten aan bij mijn profiel en ik heb een gevarieerd portfolio opgebouwd. Logischerwijs konden er toch een paar dingen beter, dit lees je in de verantwoordingen terug.

Ben ik de journalist geworden die ik wilde worden? Jazeker, ook al mis ik het wel om af en toe die extra dimensie in de vorm van audio of video erbij te pakken. Maar dat moet je niet doen om het te doen, je moet goed nadenken over de toegevoegde waarde van een extra medium. Daarom ben ik blij dat ik het bij schrijven heb gehouden.

Ik ben Naomi Griep en ik ben een human based journalist. In mijn artikelen lees je de impact van een bepaald onderwerp op de mensen die ik heb gesproken, ik praat mét de mensen in plaats van óver de mensen. Ik heb geen interesse in de verhalen over een bepaalde Bekende Nederlander die in korte tijd verschillende relaties heeft gehad, ik wil juist schrijven over de achterliggende gedachte van het hebben van meerdere relaties kort achter elkaar. Ik wil het uitleggen, benoemen. Ik wil het bespreken.