Vrije Ruimte producties

Dag dag Donald, Joep staat op de stoep

Niet alleen jongeren, ook steeds meer kinderen hebben last van een leesachterstand. Als je als kind een slechte start maakt bij het leren lezen, dan is de kans groot dat je er als volwassene ook nog problemen mee hebt, blijkt uit onderzoek. Michiel van de Vijver, striptekenaar bij Studio Noodweer te Nijmegen, heeft daar een oplossing voor bedacht: Joep. Een bijzondere concurrent voor de alom bekende Donald Duck.

Naomi Griep

Joep is namelijk een gewone jongen. Maar wat houdt gewoon precies in? “Joep is gewoon een jongetje dat in je straat woont. Hij heeft een vriendje en een vriendinnetje, hij gaat naar school, hij heeft een moeder en een vader, en dat is het. Dat is heel herkenbaar voor de meeste kinderen,” legt Van de Vijver uit. Die herkenbaarheid en het simpele leven is van groot belang volgens de striptekenaar. “Het moet aanspreken. Daarnaast gaat het om het AVI-leesniveau, om het wel zo in te kleden dat het technisch gezien ook echt voor een zesjarige is.” Het personage Joep is dus de kern van het hele verhaal, het AVI-niveau sluit daarop aan.

AVI

Van de Vijver heeft boekjes ontworpen voor kinderen in groep drie tot en met groep zes. Bij iedere groep horen zogenaamde AVI-leesniveaus. AVI is het systeem dat Cito hanteert om per boek te kijken bij welke leerperiode het boek het beste past. Kinderen die halverwege groep drie zijn, hebben vaak een ander leesniveau dan kinderen die bijna naar groep vijf gaan. Hieronder staat een korte uitleg over de AVI-niveaus.

Figuur 1: Leesniveaus uitgelegd. Vormgeving: Naomi Griep

Van de Vijver schrijft de boekjes zelf, maar hier komt nog wel eindredactie aan te pas vanuit Cito. “Elk boekje is nagekeken door de Cito en dan krijgt het een embleem achterop als het is goedgekeurd. M4staat bijvoorbeeld voor Midden groep 4E4voor Eind groep 4. De tekst wordt door middel van een meting in een computerprogramma vastgesteld op een AVI-niveau. Alle leesbare tekst in de strip, die moet worden doorgemeten.” Maar de uitkomst schiet soms alle kanten op. Het ene deel wordt dan ingedeeld onder Midden groep 3, een ander deel weer onder Midden groep 5. Van de Vijver: “Dan moet ik er meer lijn in krijgen. De ene keer is dat pittig, de andere keer is het beter te doen. Als leerlingen het technisch wel kunnen lezen maar het verhaal niet begrijpen, dan sla ik de plank mis.”

Werkwijze

De boekjes en verhalen met Joep zien er dan wel heel amuserend uit, de kinderen moeten er wel iets aan hebben. Het is van belang dat Van de Vijver zijn verhalen aanpast op de toegankelijkheid van het lezen; het gebruiken van de juiste technieken is daarbij een pré. Van de Vijver legt uit hoe hij de boekjes precies schrijft: “Als je kijkt naar Joep, AVI Starten Joep, M4, dan zie je een verschil in lettertypegrootte van twee punten. Ook heb ik een hele kleine spatie gezet tussen de laatste letter van een woord en het uitroepteken dat daarop volgt. Daarnaast heb ik tot en met Midden groep 3alles zonder hoofdletter geschreven, om het toegankelijker te houden.” Bij het ontwerpen van de boekjes is expres niet uitgegaan van een moeilijk lezend kind, omdat de belangrijkste factor voor Van de Vijver nog steeds het stripboek zelf is. “Ik wil echt stripboeken maken voor die kinderen, in plaats van een educatief product. Zodra een kind dat ruikt, dan is het over met de pret. We willen gewoon een hele gave strip maken, maar wel kijken naar wat we kunnen doen om het zo toegankelijk als mogelijk te maken voor het kind. Of het nou dyslexie heeft of net begint met lezen: het moet wel te lezen zijn.”

Als een kind net begint met lezen, dan leert het eerst de ‘aa’, de ‘v’, de ‘e’, de ‘r’ en de ‘m’. “Daarmee leren ze dan allemaal klankzuivere woorden, zoals vis, mis en ver. Wat er staat is ook precies hoe je het leest. Het woord ‘mama’ leren ze bijvoorbeeld nog niet, omdat dat niet klankzuiver is. Je zou als beginnende lezer snel ‘mahmah’ lezen. Met een ‘a’ zoals in kat. 

Als je net begint met lezen en je moet meteen een grote tekst doorlezen, dan breekt het zweet je uit. Hier moet je vier woordjes lezen en dan heb je het grapje al te pakken,” aldus Van de Vijver.

Joep en Donald

Maar wat maakt Joep nou leuker dan Donald Duck? Daar heeft Van de Vijver een heel duidelijk antwoord op. “Niets. Het is gewoon een ander personage. Ik vind het heel lastig om die twee te vergelijken. Ik denk wel dat Joep heel herkenbaar is. Hij gaat geen verre reizen maken, hij heeft geen magische vliegmachine. Ik probeer hem altijd net een stapje brutaler te maken. Waar je als kind zegt: ‘oh, dat mag ik niet doen, dat is gevaarlijk’, dat doet Joep juist wel. Dat maakt het denk ik een leuke strip die dichtbij de lezer blijft.”

Eén reactie